DE RESTAURATIE [2004-2006]


Eigenlijk was niet de bedoeling dat het Atomium de Wereldtentoonstelling van 1958 zou overleven. De ontwerpers hadden het nochtans een levensduur van 10 jaar gegeven. Vanaf 1958 werd een huurcontract ondertekend tussen Fabrimétal en de stad Brussel om de uitbating van het gebouw voort te zetten. Al bleef het Atomium open voor de bezoekers, toch begonnen de jaren zwaar te wegen en werd het ook het slachtoffer van het gebrek aan liefde van het publiek voor deze esthetica “1958”.

Hoewel het één van de grootste overblijfsels van Expo 58 was, werd het geleidelijk belemmerd door zijn doffe structuur en zijn waterdichtheidsproblemen. Omdat er geen concrete plannen en te weinig bezoekers waren om de impact en de financiering te garanderen, werd het gebouw aan het einde van de jaren ’90 bijna ontmanteld.

In 2001 werd een restauratieontwerp ingediend door de vzw Atomium, de federale regering, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de stad Brussel. De restauratie werd gepland tussen maart 2004 en februari 2006. Het was een uitzonderlijk project dat het oorspronkelijke gebouw zo goed mogelijk moest respecteren en het moest aanpassen aan de behoeften van het hedendaags publiek op het vlak van comfort en veiligheid van de bezoekers. De restauratie van het erfgoed werd door het bureau Conix architecten gerealiseerd en gecoördineerd door Konrad Bilgischer.

De huid van het Atomium werd volledig verwijderd en 1.000 driehoekige platen van de oude bollen werden te koop aangeboden om de aankoop van de nieuwe metaalbekleding te financieren. Het oorspronkelijke aluminium werd vervangen door roestvrij staal dat ook beter bestand is tegen corrosie en geluid.

Net als in 1958 werd deze nieuwe huid samengesteld als een meccanobouwpakket door middel van een door de firma Belgo-Metal ontwikkeld proces, dat het toevoegen van platen zoveel mogelijk vereenvoudigde. Elk driehoekig paneel met een oppervlakte van 12 m2 en een gewicht van 500 kg, telt 15 kleine driehoeken met valse voegen. Niettegenstaande het gewicht van het gebouw met 100 ton is toegenomen (het weegt nu 2.500 ton), werd de structuur nauwgezet gerespecteerd.

De enige hedendaagse verandering is de toevoeging van een glazen plafond in de lift zodat bezoekers de snelheid kunnen ervaren en het stalen hart van het Atomium kunnen ontdekken.

Het project vergde een zeldzame deskundigheid. Om zich over de bollen te verplaatsen, werd een beroep gedaan op tientallen specialisten die zowel op grote hoogte als in de zomerse hitte of de winterse kou konden werken.

De binnen- en buitenverlichting werd verzorgd door de Duitse wereldwijd bekende designer Ingo Maurer. Hij stelde een verlichtingssysteem met LED-lampen op punt. In de bollen werd alles volledig heringericht volgens het nieuwe concept om het bouwwerk uit te baten.

Om het verwelkomen van de bezoekers te vergemakkelijken werd een paviljoen aan de voet van het Atomium opgericht. Het paviljoen werd ontworpen door de Belgische architecte Christine Conix en huisvest de ticketverkoop, de sanitaire voorzieningen en ook een ruimte waar men snacks kan nuttigen. Het geeft het Atomium een hedendaags pluspunt zonder de oorspronkelijke structuur te schaden.

Het Atomium werd ingewijd op 18 februari 2006. Om dit evenement te vieren gaf de Belgische Nationale Bank een gedenkmunt van 2 euro uit.


DE 50ste VERJAARDAG [2008]


In 2008 werd het 55- jarige bestaan van Expo 58 met pracht en praal gevierd met het Atomium als blikvanger van het feest.

Zijn bollen ontvingen de historische retrospectieve tentoonstelling: “Expo 58 – tussen droom en werkelijkheid”. Ze werd geopend op 17 april 2008, dag op dag 50 jaar na de opening van de wereldtentoonstelling.

Het Paviljoen van het Tijdelijke Geluk, opgetrokken met 33.000 recycleerbare bierkratten, werd ontworpen door het architectenbureau V+ en bevindt zich aan de voet van het Atomium.

Design rariteitenhandel, een openluchtfestival, concerten en een reusachtig vuurwerk maakten het programma volledig.